Voorbeeld van een Essen boog.

Essen is een gemiddeld sterke houtsoort. Maak er bij voorkeur bogen met bredere werparmen van, voor een lange levensduur en goed vormbehoud. Zorg wel voor smalle uiteinden voor voldoende snelheid.
Maar essen is ook erg taai en kan daarom ook wel smallere profielen aan. Zie de handleiding van Hans Veldhuis voor de dimensies van een longbow.

Voor uitgebreide informatie van alle ontwerp- en bouwaspecten is het boek Houtkoorts een aanrader.


 Boogstaaf maken.

 

Wat betreft de selectie van het hout gelden voor zowel balken en stammen het volgende:
– Zoek / maak zo recht mogelijk en noestvrij hout. Dat vergemakkelijkt het maakproces aanzienlijk.
– Zorg dat het hout erg goed droog is voor optimale veerkracht. (In verwarmde ruimte drogen.)

 

Als je hout gevonden hebt, bepaal eerst wat de rug van de boog gaat worden (dat deel dat bij het schieten naar het doel wijst). Bij een essen stam kan dit eenvoudigweg de buitenste groei- of jaarring zijn, als deze voldoende dik is (niet te verwarren met het binnenste deel van de bast). Laat hem goed intact!

In een balk moet je de rug eerst opzoeken. Zoek een vlak waarvan in de ZIJKANT de draad zo recht en lang mogelijk doorloopt. Hoe de groeiringen in de dwarsdoorsnede staan is minder belangrijk. Wel dat eventueel zichtbare lijnen in de rug ook zoveel mogelijk parallel lopen aan de hartlijn.
Voor meer info over houtselectie en voorbereidingen zie het hoofdstuk ‘Ontwerp en Techniek’ of het boek Houtkoorts.


Heb je de rug bepaald en of vrijgemaakt, dan de ruwe boog maken. Daarvoor zie je hieronder twee voorbeelden van ontwerptekeningen. (Aanklikken voor vergroting.)

  • De linkse met een groot deel van de werparmen op volle breedte. Veiligheid voor alles.
  • De rechtse met een korter recht deel. Dit is in principe sneller.
    Twijfels aan je bogenbouwkunde? maak de boog langer.
    Snellere boog maken? De nokken versmallen helpt al veel.
    Nog sneller? Het rechte deel inkorten en of de boog versmallen.

Bedenk van te voren aan welke eisen de boog moet voldoen. Bijvoorbeeld:

  • De beoogde treklengte moet ca 29 inch worden -> De booglengte wordt dan tussen de 1,8 en 1,9 mtr.
  • Het beoogde trekgewicht is ca 40 Lbs -> De breedte wordt dan ca 5 cm. Voor veel gemiddelde houtsoorten is dit een veilige breedte.
  • Het hoeft geen ‘raceboog’ te worden. Duurzaamheid en slagen van het project staan voorop -> Het wordt een ‘recht’ model. De werparmen blijven vanaf het handvat minimaal tot de helft hun volle breedte houden.
  • Dit is een boog voor het ruigere werk en waarbij de maak-risico’s zijn geminimaliseerd.

 

Op de rug teken je het vooraanzicht van de boog. Begin altijd met de hartlijn, dan weet je zeker dat nokken en handvat op één lijn liggen. De lijn kun je bepalen met een strak gespannen touwtje. Leg de hartlijn zo dat je aan beide zijden voldoende hout hebt om het ontwerp te tekenen. Nu kun je het ontwerp uittekenen met deze lijn als midden.
Staat het vooraanzicht er duidelijk op, dan kun je dit uitzagen. Of, als je geen lintzaag hebt: nu is het tijd om eens lekker te zweten. Let erop dat je niet door de potloodlijnen heen schiet en werk de zijkanten mooi haaks af.

Dan kun je het zijprofiel op de zijkanten tekenen, vanaf de rugzijde gemeten! Hierbij komt de schuifmaat goed van pas. Waarna dit ook uitgezaagd kan worden. Voor degenen zonder lintzaag: de mouwen omhoog en er tegenaan met bijl, zaag, trekmes, beitel enz.


 

Nu komt het eigenlijke bogenmaken. Als de ruwe boog klaar is, is het tijd om hem op de juiste manier en met de juiste weerstand te laten buigen. Het zogenaamde tilleren.
Een uitgebreide beschrijving vind je in het menu ‘Ontwerp en Techniek’ of het boek Houtkoorts.

  • Fase 1 is het ‘floortilleren’. Het controleren van buiging en veerkracht door de boogpunt op de grond te drukken.
  • Fase 2 is het tilleren op een tillerwand of met een tillerstok om de balans en trekkracht te meten en om de buiging preciezer te kunnen bepalen.

 

  • Probeer de boog nooit zomaar op te spannen of uit te trekken. Je kunt de vezels op één plek dan gemakkelijk overbelasten en er een knik in trekken. Of erger…de boog breken.
  • In deze fase maak je boog puur op buiging. Vooral langs de zijkanten kijken en bij geringste twijfel over mooie buiging de boog niet verder uittrekken maar eerst op die treklengte corrigeren en laten wennen. Dan pas verder.
  • Ben je aan het tillerbord toe? begin dan met een slappe pees. Is de buiging ver genoeg en foutvrij? Dan een strakke pees er op. Nu kun je het trekgewicht ook controleren.
  • Probeer boven het bedoelde trekgewicht te blijven zodat je straks nog wat reserve hebt voor fijnschuren, inschieten en correcties.
  • En boven alles: geduld. Kijk veel en goed, maak een plan en pas dan aan.

 

Gebruik tijdens het tilleren zoveel mogelijk fijn handgereedschap.


 

Is je boog op treklengte en op trekgewicht? Dan kun je hem inschieten.

  • Schiet ca 25 proefpijlen op halve kracht.
  • Ontspan de boog en laat ‘m even rusten. Span weer op en controleer de rug van de boog op eventuele scheurtjes en of er vezels loslaten. Controleer of de buiging nog mooi rond is.
  • Bouw nu de treklengte rustig aan op in series van 10 pijlen, totdat je op volle treklengte staat te schieten.
  • Tussen de series ontspan de boog en laat ‘m even rusten. Span weer op en controleer de rug van de boog op eventuele scheurtjes en of er vezels loslaten. Controleer of de buiging nog mooi rond is.
  • Functioneert alles nog na een paar honderd pijlen?…Gefeliciteerd!!!
    (zo niet…. snel overnieuw beginnen.)

Nu kun je de boog mooi af gaan werken met lak en een leren handvat.

 


 

Trimmen. 

Een houten boog moet je nog lang in de gaten houden en misschien aanpassen. Houd hier rekening mee bij de afwerking en wees bereid eventuele correcties te doen. Enkele veel voorkomende gevallen:

  • Een van de werparmen kan meer of minder gaan buigen dan de ander. Misschien moet je van bovenkant wisselen of een werparm aanpassen.
  • Een kleine knik kan een grote knik worden. Dan de rest van de werparm nog aanpassen.

 

Afwerking.

  • Nu pas maak je het handvat in de definitieve vorm en werk je het af. Bij eventuele breuk was het anders jammer van de moeite.
  • Rond alle randen goed af. Dezen raken anders snel beschadigd en in de rug kunnen hier vezels lostrekken.
  • Schuur en vijl alles super glad. Dit heeft nagenoeg geen invloed op de buigvorm als je overal egaal werkt.
  • Als beschermlaag is lak aan te bevelen. Dit beschermt optimaal tegen beschadigingen en vocht.
  • Wel of niet een leren handvat is een persoonlijke keuze.

 

Gelukt? Gefeliciteerd!

 

Mislukt? Direct opnieuw beginnen!!

 

Meer info en hulp….

Voor meer voorbeelden van houten bogen, kijk eens bij het menu Voorbeelden.

Wil je uitgebreide informatie over alle maak-aspecten, of ken je iemand die dat wel kan gebruiken? Hier vind je het boek Houtkoorts.

Maak je liever een boog onder begeleiding? Misschien is een Workshop dan iets voor je.